Afgelopen week werd ik weer intensief geconfronteerd met hulpverleners en de verschillende effecten van hulp verlenen. Hulpverleners zijn er gelukkig overal. Ze zijn er in het groot en in het klein. Soms ruimen kinderen sneeuw weg van het paadje naar de seniorenwoning, of grijpen ze zelfstandig en zonder aarzeling in als er gepest wordt op school. Sommige volwassen mensen zijn met pensioen en besteden hun vrijgekomen tijd aan het op bezoek gaan bij zieke of eenzame mensen, om een lichtpunt te zijn in de dag of een boodschap te doen in bange tijden. Er zijn onderwijzers die kinderen helpen zelfvertrouwen te krijgen en hun authenticiteit prijzen. Er zijn zoveel hulpverleners om ons heen, die van zichzelf geven om een ander te helpen. Zo zijn er ook hulpverleners die vrijwel dagelijks geconfronteerd worden met hartverscheurend leed in onmachtige of zelfs bedreigende situaties. Uit "vluchten of vechten" hebben zij niet te kiezen: functioneren is altijd "vechten". Er zijn er die na verloop van jaren zoveel hulp verleend hebben in hachelijke situaties, dat ze zelf hulp nodig hebben. Die, als ze geluk hebben, die hulp nog kunnen aannemen. Het zijn mensen wiens "angstdemper" compleet versleten is. Die is zo vaak of zo ernstig ingetrapt toen zij hulp moesten verlenen en niet conform het oerprincipe de benen mochten nemen, dat ie niet meer terugveert maar platgetrapt en versleten is. De "angstdemper" zit in de hersenen. Is ie versleten, dan is ie niet meer te vervangen en vrijwel niet te repareren. De knop "let op, gevaar" staat dan dag en nacht aan. Het kan het klepje van de brievenbus zijn, een naderende trein, het kraken van de vloer, het snurken van een echtgenoot of kind. 24/7 worden zij getergd door een "angstdemper" op rood. En dat kan grote gevolgen hebben voor je sociale leven. Daar word je een ander mens van. En dat alleen maar omdat je zo moedig bent geweest er voor een ander of jezelf te staan als niemand er stond. En soms niet een keer, soms wel honderd keer. (En als ze het slecht treffen worden ze ook nog uitgescholden en belaagd door omstanders die niets doen en het woord hulp niet eens kennen.) Daarom vandaag een ode aan de hulpverleners, klein of groot, dichtbij of ver weg. Waar zouden we zijn zonder jullie. Jullie zijn je gewicht in goud waard. DANK. Tess
