8 jan 2016

Herman Doberman

Net op tijd parkeer ik in het grint voor de Heerenkamer. Vlug scan ik de auto’s: mooi, Victor is er nog niet. Het is tijd voor nieuwjaarstaart en ik wil dat het klaar staat als Vic komt. We moeten nodig even bijpraten en daar moet geen besteltijd vanaf. Als ik naar binnen wil, word ik opgehouden door een Gooische kakker met een enorme Doberman. Vlak voor hem loopt zijn oma, hij probeert met zijn rechterhand de deur voor haar open te houden (voordeel kakker: ze weten hoe het hoort) en met zijn linkerhand Herman met 4 poten op de grond te houden. “Herman, laag! Herman, af! Nee Herman....HERMANNN!”. Herman wil ook naar binnen, liever eerder dan later dan oma. Maar als Herman dat voor elkaar krijgt zal oma waarschijnlijk eerder dan later in het ziekenhuis liggen. De goed bedoelende kakker heeft het zweet in zijn rode nek staan. Oma drentelt wat stuurloos voor de drempel van de deur en kan haar gaspedaaltje in haar lak pumps niet echt vinden, zo lijkt het. Herman daarentegen zit op 4000 toeren, en zou in een sprong achter de bar kunnen zijn zodra de kakker de grip op zijn halsband verliest. Die kijkt op zijn beurt zenuwachtig achterom naar mij. Ik kijk zenuwachtig naar Herman vermoed ik. Ik heb het niet op Doberman Pinschers. Oma zal het roesten zie ik, die hijgende steigerende kwijlende Herman achter haar wollen camel coat. Dan is ze over de drempel en de kakker en Herman volgen haar letterlijk op de voet. Ik kan nog steeds niet passeren, ze bezetten de hele entree. De kakker kijkt beteuterd achterom en fluistert “sorry hoor” terwijl zijn lichtblauwe lamswollen truitje met zijn bovenarm en al bijna uit elkaar gerukt wordt door een in zijn halsband hangende Herman. Oma slaat linksaf, wij volgen. “Het lijkt wel of we allemaal met oma mee zijn!” roep ik. Dan mag oma een van de vier plekjes kiezen aan de eerste tafel die we tegenkomen vanaf de entree. Ik kan dus nog steeds niet passeren, de kakker zijn arm niet ontspannen en Herman niet vol gas door de tent rennen met zijn 4000 toeren zonder koppeling. “Waar wil je me hebben?” zegt ze tegen haar kleinzoon. Die heeft inmiddels een opvlieger en knikt zwetend “ga daar maar zitten oma”. Ze maakt aanstalten. “Kun je mijn jas even aanpakken jongen?” zegt ze in alle rust, zich van geen oponthoud bewust. De jongen kijkt nu bijna panisch achterom. Ineens heb ik een deja vu. Ik pak haar jas aan en.... oma gaat zitten. Herman schrikt ervan. Hij gaat ook zitten. Even later komt de kakker bij mij zitten. Maar ik zit lekker al bij Victor.