Een voordeel van mensen bezoeken die dement zijn, is dat het niet zoveel uit maakt hoe vaak je komt en hoe lang je blijft, dat weten wij heus wel. Maar Juul en ik deden daar nooit aan mee. Wij kwamen vaak en lang bij onze ouders. Omdat het onze ouders waren, bleven en altijd zullen zijn, en zij er ook niet om gevraagd hadden de weg kwijt te raken. Wij deden alle dingen met onze ouders die nog mogelijk waren. Fietsen op een tandem, ijsjes eten, filmpjes kijken, oud Hollandse hapjes eten, concerten en modeshows bezoeken, glossy’s bladeren, nagels lakken en hen natuurlijk naar de kinderboerderij torsen en neerzetten te midden van kippen, schapen, ezels en eenden. We kwamen elkaar op zondag vaak tegen rondom de gesloten afdeling van het verpleeghuis. Achter de rolstoel of op een bankje in de zon, naast een geruite deken met een stralend gezicht er bovenuit, dat een ijsje verslond. Dan begrepen we elkaar zonder een woord. Dat beeld van Juul zit in mijn hart, en daarmee dat van onze ouders, als verlengde van onze armen.
Op een dag besloot Juul met haar moeder puppy's te kijken. Ze pakte haar smartphone uit haar tas en kroop gezellig tegen haar moeder aan. Samen ploegden ze door alle nationale puppy-nesten, een heerlijk gossie gossie. Daags erna zei Juul tegen de jongens: mannen, luister, mama heeft een hond uitgekozen. De jongens zeiden met gefronste wenkbrauwen “wel een beetje een grote toch mam, niet zo’n achterlijk kleintje he?” Juul zei “komt goed, laat dat maar aan mij over”. Toen ze hem kort daarna aan haar jongens liet zien in de palm van haar hand, vroegen ze of ze nu ook nog een cavia had aangeschaft. "Nee jongens, dit is ........" (ik mag haar naam niet noemen, ze vond “size matters” namelijk al behoorlijk aanmatigend, maar neem van mij aan dat het geen Wodan of Hector is). “Hij wordt toch nog wel echt veel en veel groter he mam?”. Inmiddels is ze een aantal kaarsjes op de verjaardagstaart verder en slaapt ze overdag in haar mandje achter de houtkachel. Het is er bloedheet, maar als je binnenkomt rent ze naar je toe en heb je direct een lekker handenwarmertje aan haar, als je tenminste door je knieĆ«n gaat voor d’r. De jongens kijken haar nog steeds niet aan, maar als je de kamer van de zoon van Juul ziet, wordt je de puppy-love onthuld: naast zijn bureau staat een freestafel met Stanley gereedschapskisten, naast zijn kledingkast een schroevenkast, bekeuringen hangen tussen de ansichtkaarten aan zijn prikbord en naast zijn bed staat een oud fruitkistje met een bont gekleurd dekentje erin.....
