18 mrt 2016

joggingbroek (heren)

De joggingbroek. Die vraagt veel van ons. Echt, de joggingbroek is een item in het huishouden waarbij wij onze kaken echt op elkaar moeten houden. En dat is moeilijk voor ons, want huishouden en bewegende kaken is ons ding. Wat is er zo magisch aan het ding dat we er elke dag mee geconfronteerd kunnen worden als we ons omdraaien vanuit de keuken en de vaatwasser dicht slaan? Wie doet ons deze schrik aan, en waar is die afstraffing voor? Is zo’n ding op doktersadvies? (Mag ik dan even je voorschrift zien?) Ik heb het over de joggingbroek die niet gedragen wordt om te joggen, noch voor fitness of krachttraining. Ik heb het over de joggingbroek die op de bank zit. De joggingbroek die bestellingen doet. De joggingbroek die “huh” zegt op al je vragen als de televisie aan staat. De joggingbroek die niet opschuift als je ook even wilt zitten met je kopje thee. De joggingbroek die ook nog de hond uit gaat laten straks en daarmee de buurt in trekt. De joggingbroek die knipoogt naar onverwachte visite en jou het kippenvel bezorgt. De joggingbroek die je de hele week tegen komt op de bovenverdieping: over de rand van het bad, de balustrade of jouw stoel met lekker geparfumeerde sjaals. DAT ding. Die hobbezak die alleen model heeft als ie net uit de wasmachine komt. Met die kinderachtige boordjes onderaan en een touwtje op (of onder) de buik. Wat hebben we misdaan dat dat ding zo’n heilige avond-graal lijkt te zijn? Zijn we nu werkelijk zo vermoeiend dat de joggingbroek aan moet het laatste stukje van de dag? Of zijn we zo verdomde aantrekkelijk dat ie aan moet?