15 dec 2016

Zus (en zo)

Ik heb geen zus. Het lijkt me zo vet gaaf om een zus te hebben. Een mede vrouw die uit hetzelfde nest komt, met wie je je leven lang kunt praten over dat nest. Of kunt zwijgen over dat nest, omdat ze er simpelweg ook uit komt. Een zus met wie je lekker over je ouders kunt roddelen, of een zus waar je op kraamvisite gaat omdat ze je net met veel moed en dapperheid tante heeft gemaakt. Een zus met wie je het kerstdiner in gangen verdeeld, een zus voor wie je de boodschappen doet als ze ziek is, of die op je kinderen past als je er even een weekendje tussenuit wilt. Een zus met wie je de grote familiefeesten of familiedrama's overleeft, een zus die in je bed kruipt omdat ze toch gewoon je zus is, en met wie je dan de hele nacht ligt te kletsen over "weet je nog".
Eigenlijk heb ik wel een zus. Ik heb er wel een paar. Ze komen niet uit hetzelfde nest, maar aan alle andere wensen voldoen ze wel. Het zijn mijn vriendinnen. Ze variƫren van midden twintig tot over de tachtig. Ik heet echt tante Tess voor sommige van hun kinderen en ik overleef alle familiefeesten en familiedrama's met hen, voor hen, door hen. Ze doen boodschappen voor me als ik ziek ben, en ze passen op mijn kind als ik weg moet of weg wil. En ik voel ook een blauw zwaailicht in me opkomen als ze mijn hulp nodig hebben en sta er als ze zich melden, of als ik het zelf voel aankomen. Zoals geschreven ga ik liever op mannenweekend dan op vrouwenweekend, maar vrouwen onderling in de zussenstand kan hemel op aarde zijn. Wij leveren niet iets in van onszelf als we iets weggeven, voor ons is delen vermenigvuldigen van de zussenband. Voor ons geeft een knuffel of dikke zoen nooit interpretatiecomplicatie. Wij kunnen elkaar helpen zonder precies te weten wat we doen. Dat boeit ons niet. We zijn er gewoon. En we weten van elkaar dat we er zijn. Een whatsappje bij elkaar vandaan. Dank lieve zussen, ik heb meer dan ik wensen kan met jullie.