1 jan 2017

Ivoorkust (2)

Het werd natuurlijk nooit 10 uur. Nog voor de zon op kwam had ik gedoucht (als ik me drie maanden lang door de zwarte-over-de-zeik-kever op mn kop zou laten zitten zou het een lastig kwartaaltje worden had ik bedacht) en een Sultana en thee ontbeten onder toeziend oog van twee hagedissen. Doekoe's, geld moest ik hebben. Tijd genoeg besloot ik eens buiten de muur van de compound te gaan spieken. Daar was het leven al in volle gang. Een grote vlakte van rode stoffige aarde met hier en daar een asfalt ader. En een postkantoor. Even 100 pop Thomas Cook inwisselen. Dat bleek voor een halve vuilniszak papiergeld. Een wit vrouwtje met een halve vuilniszak papiergeld leek me niet zo heel handig combineren op de rode aarde. In de toilet van het postkantoor alles weggestopt liep ik Obese weer naar buiten. Dikke vrouwen zijn cool hier. Hoe dikker hoe welvarender. Zo is dat. Winkel! Lassie toverrijst, chicken tonight, bananen, Hollandse oploskoffie en eieren. 34 pop (toen nog). Zo, dat slankt lekker af, maar diner is geregeld. Terug door de muur, goed gesprek met de hagedissen (als je er aan komt, trakteer ik je op mijn Mobile terminator) en wachten op de blanke man. Even een luchtpostje naar Freddy en thuis want een telefoon was nergens te bekennen, zelfs niet op het postkantoor. Toen de blanke man arriveerde, gromde hij goedemorgen en liep me voor naar "het kantoor": dwars door de buitenwijken van Accra in een moordend tempo tussen greppels met dode kippen, mensen zonder ledematen, wuivende palmboompjes en kauwgom verkopende kindertjes door. In het kantoor zat de rest van het noodhulp team. Allen Ghanezen. Toen ze van de blanke schrik bekomen waren gingen ze koffie zetten voor me, ik kreeg een stoel en een tafeltje en een zwerfhond kwam onder mijn tafeltje liggen. Het werd met het uur gezelliger. Ik dropte de luchtpostjes bij de secretaresse, die daar ontzettend trots bij glimlachte, en ging aan de slag. Tekenen. We moesten een verdeelmethode bedenken voor voedsel en dekens, eerlijk en met minimale kans op rellen. Aan een bevolking die analfabeet was en wel geregistreerd moest worden. We hadden twee dagen de tijd voor de eerste actie. Een dag ontwerpen en materialen verzamelen, en een dag om een locatie te zoeken en de voedseldistributie bekend te maken (zonder media). Logboeken, pennen, inktkussens, touw en tafeltjes. Dat werd de boodschappenlijst. En daar winkel je in een stad als Accra nog een uurtje of zes over. Maar dan heb je het ook. Morgen het binnenland in. Emad zou me ophalen om 6 uur voor een reis van twee uur over de asfalt ader richting Togo. Daar was het hommeles, daar kwamen duizenden vluchtelingen de grens over. Terug in de compound waren de hagedissen wel geinige huisgenootjes geworden en de kevers totaal onbelangrijk. Eigenlijk lag het bed best lekker en ik kon zelfs even douchen. Dat ik nog een zak met geld over had, zou nog van pas komen morgen. Het zou vele malen spannender worden dan duizenden zwarte kevers in je blootje. Maar daarvan nog geen weet viel ik na de Lassie toverrijst met ei en banaan in slaap, raam of geen raam, slot of geen slot.