11 nov 2015

something to talk about

Ik ontmoette Margot beroepshalve. Margot komt van een bodem waar ik veel mee heb. Margot zegt waar het op staat. Ze windt geen doekjes, plakt geen pleisters. Ze kan keihard zijn, maar altijd uit naastenliefde. Toen ik Margot leerde kennen was ze al enkele jaren levenslustige mooie weduwe. Haar Lief was groot en sterk, en had het leven op moeten geven, van zichzelf. Hij pleegde suïcide. Hij liet Margot en de kinderen achter, zijn grote liefdes. Ik weet niet of Margot weet dat ik hetzelfde heb beleefd, maar dan in mijn onbezonnen jonge leven. Ik was eind twintig. Wij waren net een half jaar samen. Dus wel een hele “light versie” in dat opzicht vergeleken met Margot. Ik heb net zo lang naast mijn comateuze Lief gezeten als dat ik met hem tafel, bed en kroeg deelde: ook zes maanden. Toen was het over en uit, horizontale streep op de monitor (nou ja, het liep iets complexer). Ik weet niet wat ons bindt, haar bodem, haar leven of gewoon haar geweldige karakter. Margot is een zonnetje van waarde. Nog steeds. En ze verspreidt licht op het onderwerp suïcide.

We zitten die middag in Van der Valk. Daarover ooit nog eens meer, want Van der Valk blijft obscuur, ook al hebben ze een enorme metamorfose ondergaan. We zitten aan zo’n werktafel in de business-lounge. Zo’n gezellig eiken houten tafel voor 16 personen. Aan het tegenovergestelde einde van de tafel zitten drie mannen. Ze vragen “of ons theekransje wat zachter kan?”. Wij bespreken suïcide en nog wat andere dingen. Theekransje..... Gaan jullie lekker af- en omzetschemaatjes excellen in je blauwe pak zeg. Seen that, done that.
Suïcide is niet gezellig, maar het bestaat. En suïcide is geen egoïstische daad. Het is geen aandachttrekkerij. Suïcide is wanhoop van de grootste orde. Suïcide is een gordijn van zwart fluweel wat je niet meer open krijgt om je dierbaren te zien. Suïcide en de gedachte eraan is de angst, de pijn die ondragelijk wordt en almaar aanhoudt, nooit eens weggaat. En het gros van ons loopt er het liefst langs, langs suïcide. Want je wilt niemand “op een idee gebracht hebben” door er over te praten. Begrijpelijk, maar een ding: je brengt niemand “op het idee van suïcide”. Suïcide komt van binnen uit, niet van buitenaf. En mensen die daarover nadenken verdienen nog steeds je respect, je warme aandacht, je begrip voor hun nood en angst, de uitzichtloosheid die ze ervaren. Ze verdienen jouw naastenliefde en niet je oordeel. En ik heb van Margot geleerd dat je daar soms keihard in mag zijn. Dus vraag “heb je er haast mee?” of “heb je al een manier bedacht waarop je dat zou willen doen?” Daarmee geef je aan dat er met jou gesproken mag worden over die enorme nood. Dat jij er niet “langs loopt” omdat je het allemaal maar eng en moeilijk vindt. Ja, het is eng, het is moeilijk, maar behandel een ander zoals je zelf behandelt wilt worden. Iemand die over suïcide nadenkt voelt zich ongekend eenzaam met zijn levensnood, ook al praat je 1.000.000 woorden per dag met diegene. Als je het gesprek aan durft te gaan, pas dan is er een kans om hulp in te schakelen voor de noodlijdende tegenover je. Want kun je van diegene verwachten dat die “echt” eigen keuzes kan maken in de toestand waarin die zich bevindt? Dat kan een verschil zijn tussen respecteren en accepteren. Tussen een stap vooruit of een stap achteruit doen. En heb je een suïcide in je omgeving meegemaakt? Berg hem niet op in een vakje “onbespreekbaar”. Suïcide bestaat, weg met het vakje “onbespreekbaar”, weg met “kop in het zand”. Het is hier geen Efteling. Het is hier hartstikke leuk, maar geen Efteling. Maak er desnoods een theekransje van, het dondert niet. Als je het maar bespreekbaar maakt. En daarna (of daarvoor) mag je altijd bij ons komen theekranzen in Van der Valk, we laten wel even weten in welke we zitten.