28 dec 2015

Richard

Let’s call it a day. Als ik mijn laatste rondje om “de cottage” maak hoor ik ineens iemand tegen de grond smakken. Het flauwe licht van het antieke straatlantaarntje werp licht op een mans-persoon die overeind probeert te komen maar daar niet in slaagt. Aan de jas zie ik dat het Richard moet zijn. Richard is een van de liefste mannen uit de buurt. Hij is niet heel erg uitgesproken, maar ongelooflijk attent en op eigen wijze heel gezellig. Bij Richard ben je altijd welkom en hij zal je altijd helpen als je hem nodig hebt. Dat bedenk ik me, voordat ik naar hem toe snel en zijn zoveelste poging van opstaan ondersteun en zeg “kom, laat mij je eens een keer thuisbrengen”. “Och schatje toch” zegt Richard, “ik heb wel een kilometer gelopen maar de laatste paar stappen ging het mis”. Ik zie dat zijn gezicht bloedt en zijn handen zitten ook onder het bloed. Hij pakt me bij mijn schouders vast en ik denk meteen aan mijn luipaardjasje van Juul dat ik al dagen aan heb. Het is een getailleerd knuffelvel met het cachet van Guess en het comfort van een onesie. En bloed geeft nare vlekken als er zuurstof bij komt, en de straat hangt vol met zuurstof. Terwijl ik Richard aan de arm heb, en we als twee zwabberende katten naar zijn huis lopen, vindt ie dat ik wel een aai over mijn wang verdiend heb. Bij voorbaat al, en we zijn nog niet eens thuis. Als ik zijn handen weg wil duwen heb ik de mijne nodig en dan ligt ie weer. Maar bloed geeft nare vlekken als er zuurstof bij komt en de straat hangt vol met zuurstof. Gelukkig heeft ie de sleutel in zijn hand geklemd, hoef ik geen broekzakken af. Hij steekt ‘m in de gevel naast de voordeur. De deur gaat niet open. Ik parkeer Richard even tegen de muur en neem de sleutel van hem over. Zijn keukenstoelen hebben wieltjes, ik vind het doodeng. Als ik hem erin heb gekregen, kermt ie ineens “dit is niet best”. Hij wijst naar zijn enkel. Ik trek zijn schoenen uit. Ik moet zeggen: Richard heeft zich tip top aangekleed vanavond. “Hele leuke schoenen Richard” zeg ik. “Heb je ergens pijn bij je voet?”. “Och nee schatje, het is goed zo. Sorry. Zo is het helemaal prima. Ik heb wel een kilometer gelopen maar de laatste paar stappen ging het mis”. Ik vraag of hij wel een gezellig avond heeft gehad en vertel hem dat we allemaal na die dagen een keer aan onze tax komen. Dat hij er al 3 over gedaan heeft is al keurig, Freddy doet er maar een halve middag over. Ondertussen zet ik koffie en ontruim ik zijn steile trap naar boven. Ik ga me niet aan die trap wagen met Richard, maar het minste wat ik kan doen is het parcours vrij maken. Richard gaat telkens staan, en dan schuift zijn stoel op wieltjes weer een meter naar achteren zonder dat ie het in de gaten heeft. Elke keer moet ik Richard weer in zijn stoel mikken als ie langs komt (de stoel). “Richard, blijf nou maar even zitten, de koffie komt eraan”. “Schatje, ik heb het heel gezellig gehad, echt”. Ik zeg “Dat is fijn kerel, hier is je koffie en beloof me dat je nog even blijft zitten en je koffie opdrinkt, voordat je naar boven gaat, ok? En dit is nooit gebeurd. Lekker slapen he...”. Ik sluit de voordeur van Richard achter me en loop weer terug naar huis. Wat moet een vrouw ook nog zo laat nog op straat in het donker.